Hoe de historische stedelijke ontwikkeling in Europa het huidige Europa definieert
This post is also available in: English
Artikel van Anna Karin Friis
Vertaald door Charlotte Van Calster
Domenico Rossetti, commissieambtenaar bij DG Onderzoek, heeft een boek samengesteld met verschillende reflecties over de geschiedenis van de stedelijke ontwikkeling in Europa en haar toekomstige uitdagingen. Hij heeft het over hoe de condities, die met de tijd mee geëvolueerd zijn, onze huidige interpretatie van begrippen als stad, stadje en zelfs dorp definiëren. Dat terwijl die het symbool zijn geworden voor Europese integratie.
In zijn laatste boek, 'Mapping European integration through its Cities', beschrijft Domenico Rossetti de stedelijke ontwikkeling van 70 Europese steden en de uitdagingen die zij tegemoet treden. Daarbij legt hij de nadruk op de sentimentele en emotionele aspecten bij de ontwikkeling van die steden. Om dat te doen, hanteert Rossetti een benadering die hij 'een vaak vergeten romantische en culturele benadering van de geschiedenis van Europese integratie', noemt. Zo hoopt hij "een Europees federalistische wind te doen opwaaien." Ondanks de wijdverspreide mening dat Europa steeds minder belangrijk wordt als globale speler, wil Rossetti de migratiestromen benadrukken die aantonen dat er veel meer mensen van de Europese levensstandaard willen komen meegenieten dan dat er Europeanen zijn die weg willen. En hoewel van de 2020-strategie van de Europese Unie gezegd wordt dat ze lethargisch en stagnerend is, is Rossetti er helemaal voor te vinden.
Het symbolische belang van Europese steden
Sinds het midden van de jaren 50, kenden de Europese steden een gemiddelde bevolkingsgroei van 78%. De algemene bevolkingsgroei daarentegen, lag met 33% veel lager. En sommige steden, en zelfs kleine stadjes, zijn intussen synoniem geworden met ontwikkelingen binnen de Europese integratie. Zo is Schengen heel klein, maar door iedereen gekend. 25 jaar geleden, had geen enkele inwoner van het stadje ook maar durven denken dat het ooit synoniem zou worden met de vrije beweging van personen binnen Europa. Aan de andere kant, werd dit concept -geografische locaties die Europese integratie symboliseren-, niet steeds door alle Europese politieke leiders gesteund. Margot Wallström bijvoorbeeld, voormalig Commissielid voor communicatie, verkoos af te stappen van dat concept. De EU, of beter: de verpersoonlijking van Europese politieke en economische integratie, vindt haar oorsprong in haar Verdragen. Steden als Rome, Maastricht, Nice en Lissabon dragen de symbolische betekenis van die Verdragen en benadrukken de concepten die de Europese Unie vormen. Maar de steden kunnen niet enkel geassocieerd worden met Verdragen, ook processen, agentschappen en politieke criteria kunnen doen denken aan een stad. Dat is bijvoorbeeld zo zoals bij Barcelona, Bologna, Copenhagen en Keulen. En ook steden buiten Europa zijn in dit opzicht emblematisch. Yaoundé, Lomé en Cotonou markeren allemaal belangrijke overeenkomsten tussen de EU en de ACP-landen.
Volgens Rossetti zijn Europese steden de poort waardoor je strategische concepten van Europese integratie moet benaderen. Zo betekent Berlijn, in een Europese context, geld en budgettaire maatregelen, terwijl Amsterdam symbolisch gelijk is aan complexe beslissingsmechanismen door de introductie ervan in een Verdrag over beleidsinitiatie. Het is bovendien geëvolueerd naar een belangrijke basis voor een beleidsmakend proces dat gemiddeld vier jaar duurt, hoewel haar legale status hybride is. Schengen en Frankfurt symboliseren dan weer beide de vrije beweging van personen en hoofdstad, terwijl Stockholm geassocieerd wordt met ontwikkelingshulp. Het concept van subsidiariteit is synoniem met Maastricht, en de hervormingen van hogere opleidingen doet automatisch denken aan Bologna. Van steden uit de nieuwe EU-lidstaten, vermeldt Rossetti Warschau voor grensbescherming, Ljubljana voor vrijheid van kennis en Budapest als de herberger van het European Institute of Information and Technology (Europees Instituut voor Informatie en Technologie). Daarnaast worden bepaalde politieke figuren vaak geassocieerd met bepaalde steden. Voorbeelden hiervan zijn de associaties van Jacques Delors met Maastricht, Loyola de Palacio met Barcelona en Altiero Spinelli met Rome.
Uitdagingen voor stedelijke ontwikkeling
Rossetti's stelling klinkt als volgt: Europese steden symboliseren uitdagingen op het gebied van integratie, mobiliteit, sociale verschillen en armoede. Europese steden zijn grote kenniscentra zoals Amsterdam, Cambridge en de hele Baden-Württembergstaat. Maar de sociale betrokkenheid wordt een grotere uitdaging. In Brussel bijvoorbeeld, wordt de sociale ongelijkheid al snel, op enkele meters, zichtbaar. En veiligheid wordt er een steeds groter probleem. Maar naast de sociale uitdagingen, zijn er ook de fysische uitdagingen zoals het tekort aan water, de problemen met onze enorme afvalberg en de energiematrix. De verhouding van stedelijke versus landelijke bevolking is de laatste jaren enorm veranderd en verwacht wordt ook dat die trend zich zal doorzetten. Geschat wordt bovendien dat tegen 2030, zo'n 60% van de globale bevolking in steden zal wonen. Vandaag is dat het geval voor ongeveer de helft van de globale bevolking. En die ontwikkeling zal alleszins tot grotere sociale ongelijkheid leiden. Bovendien is de stedelijke bevolking die in sloppenwijken woont, globaal gezien gestegen van 3% naar 18% in het laatste decennium alleen al.
Hoe minder dicht bevolkt de stad, hoe groter het gebruik van fossiele brandstoffen. Enorme, uitdijende steden, zoals Houston en Los Angeles, gevolgd door Toronto en Sidney, staan op kop voor het grootste relatieve gebruik van brandstof voor privé-transport. Hong Kong staat dan weer bovenaan het lijstje van minst proportionele gebruik van benzine in verhouding tot de bevolkingsdichtheid, terwijl Moskou een relatief laag benzineverbruik vertoont, ondanks de relatief grote oppervlakte van de stad. De Europese steden Amsterdam, Brussel en Stockholm bevinden zich tussen de Amerikaanse en Aziatische steden in wat betreft benzineverbruik in verhouding tot bevolkingsdichtheid.
Rossetti toont dus aan dat de EU méér is dan Brussel, Luxemburg of Straatsburg alleen. Maar zijn gebruik van statistieken is incoherent, zijn vergelijkingen zijn verwarrend en zijn algemene beeldvorming lijkt nogal inconsistent. Bovendien is zijn argumentatie eerder zwak; waarom Europese integratie nu juist gezien zou moeten worden zoals Rossetti het ons voorlegt, blijft onduidelijk.
Domenico Rossetti: “Mapping European integration through its Cities”, is ook verkrijgbaar in het Frans: “Villes phares de l’Union européenne”.



Except where otherwise noted, content on this site is licensed under a Creative Commons License