Als 'groentje' in Brussel

Hoe een Mechelaar in Brussel terechtkomt? Simpel. Hij trouwt met een Venezolaanse, eentje uit Carácas. Zij kan niet aarden in kleine, provinciale stadjes zoals Mechelen, dus zit er maar een ding op: verhuizen naar de grootste stad van 't land, Brussel. Zo verging het Luc Deflo tenminste. In het begin was hij niet zo enthousiast, maar ondertussen is hij wel ergens van Brussel gaan houden. Hij heeft zich -net als zijn vrouw, die ondertussen én Frans én Nederlands heeft geleerd- aangepast aan het leven in de Belgische hoofdstad. Ook al was het erg moeilijk in het begin, nu is Deflo er thuis. Hij heeft, in de 8 jaar die hij ondertussen in Brussel woont, dankzij zijn vrouw, een uitgebreide en vooral internationale vriendenkring opgebouwd.

Voorwaarde voor Deflo is wel een tuin(tje) te hebben. Het liefst schrijft hij namelijk buiten, maar "in een park is er te veel afleiding". En zonder zijn stukje groen kan hij niet. Hij omschrijft zichzelf als "een echte buitenmens, een buitenmens is Brussel." Maar als je hem vraagt te kiezen tussen Brussel en Mechelen, dan zal hij toch steevast voor 'thuisstad' Mechelen kiezen. Hij is er geboren, zijn échte vrienden wonen er en hij is nooit echt een "grotestadsjongen" geweest.

Brussel, stad voor jonge mensen

Brussel noemt hij "een stad voor jonge mensen." Voor hem is Brussel "net iets te groot, net iets te vluchtig." Vlamingen in Brussel? Volgens Deflo hebben veel Vlamingen schrik van Brussel. Hij is trouwens ook de enige Nederlandstalige in heel zijn straat. En de Vlaamse vrienden die hij er heeft, zijn die uit de Franse les van zijn vrouw.

De leukste buurt uit Brussel is voor hem de Matongewijk, het Afrikaanse gezicht van Brussel. "De hele wereldkeuken is er aanwezig, je vindt er alles door elkaar. 'Le Président', een echte Afrikaanse disco waar ik me als enige blanke vaak enorm geamuseerd heb, ligt vlak naast een rockerscafé met een compleet tegenovergesteld publiek, maar ook heel erg leuk." Veel uit Deflo's boek 'Pitbull', is bovendien geïnspireerd op gebeurtenissen in de Afrikaanse wijk.

Theater, boeken, films

Op mijn vraag "theater of boeken?", antwoordt hij resoluut: "theater". Theaterstukken schrijven is voor hem een hobby. "Met boeken kan ik leven van mijn pen, dat is niet realistisch met theater," aldus Deflo. Dat komt volgens hem omdat de afzetmarkt erg verschillend is. En nadat hij ondertussen 10 jaar volgeschreven heeft aan boeken, volgt nu iets anders: film. Er wordt gewerkt aan een verfilming van Deflo's eerste boek 'Naakte Zielen'. Het zou een volledig Mechels project worden en Deflo zou het liefst bij alles betrokken zijn; hij weet wat hij wil doen en waar hij naartoe wil. Samen met een goede vriend is hij de psychologische thriller aan het verwerken tot een bloedstollend scenario.

Boekenworm en massaproducent

Maar ook al leeft Deflo van zijn pen, toch werkt hij halftijds bij KBC. Na een jaar loopbaanonderbreking is hij terug aan de slag gegaan. "Ik hou van het sociaal contact, kan veel op reis gaan en heb leuke collega's." Vooral het "geromantiseerde idee van de schrijver op zijn zolderkamertje" vindt hij maar niks. Zo gaat het er namelijk volgens hem helemaal niet aan toe. Er komt veel discipline bij kijken. Zo probeert hij zo'n 40 à 50 bladzijden per maand te schrijven en doet hij er gemiddeld 8 maanden over om een boek te schrijven. Hij weet wie hij is, wat hij wil en gelooft in zichzelf en zijn kunnen. "Ambitieus ben ik wel, maar ik ben ook een harde werker," zegt hij zelf.

Inspiratie voor zijn boeken haalt hij uit verhalen van vrienden of uit artikels. Of hij heeft een thema waar hij rond wil werken. Maar inspiratie is geen probleem voor Deflo, integendeel! "Ik heb te veel dingen waar ik over wil schrijven," klinkt het. Bovendien ligt zijn volgende boek, over fobieën, ook al weer klaar om gedrukt te worden en in oktober naar de winkel te gaan. Fans hoeven dus niet te vrezen.

En de auteur heeft natuurlijk zelf ook favorieten. Onder eigen werk vindt hij vooral 'Hoeren', 'Pitbull', en 'Angst' het lezen waard; 'Kortsluiting' vindt hij minder. Voor 'Pitbull' kreeg Deflo overigens in 2008 de Hercule Poirotprijs. Voor hem is het heel simpel: "een boek moet je doen verderlezen". Wanneer een boek hem niet aanstaat, legt hij het na 50 bladzijden weg. Maar omgekeerd kan ook. Wanneer hij een boek fantastisch vindt, komt het vol met post-its te plakken en/of vol met aantekeningen te staan. Het poëtische taalgebruik van Carlos Ruiz Zafón bijvoorbeeld, vindt hij geweldig. "Het mooiste compliment dat een lezer me trouwens kan geven is wanneer hij me vertelt dat hij de hele nacht in een boek van me heeft doorgelezen omdat hij zo gedreven was het einde te weten, ook al moest hij de volgende dag vroeg uit de veren."

Jaloezie Zijn laatste nieuwe boek, het vijftiende al, heet 'Jaloezie'. Het gaat over een moord rond het Mechelse; speurders Deleu en Mendonck gaan op zoek naar de dader. De buren blijken minder onschuldig dan eerst gedacht. Leuk om te weten: het boek is niet geïnspireerd op Deflo's eigen buren (maar wel op die van vrienden).

Gebeten om meer te weten? Neem dan zeker eens een kijkje op de blog van Luc Deflo.