Ioan is Roemeen en verblijft sinds 15 jaar in België : “ Roemenië maakt een economische crisis door. Het is er moeilijk om een job te vinden en bovendien zijn de lonen er erg laag, gemiddeld zo’n 200 euro per maand”. Vele geschoolde Roemenen die een tweede taal machtig zijn, vertrekken daarom westwaarts. De weg ligt echter bezaaid met hindernissen.

Een legale job vinden is voor hen niet vanzelfsprekend. Zo is er de omvangrijke en complexe sociale regulering waarmee dit contingent geconfronteerd wordt. Bovendien bekomen ze meestal beperkte en korte werkopdrachten, vaak zelfs uitsluitend seizoensarbeid, en worden ze ingezet voor lastige klussen die de autochtonen niet wensen te doen. “Ik werk voor 5 euro per uur en de werkdag duurt langer dan die van autochtone werknemers”, vertelt Ioan, die de confrontatie met uitsluiting en uitbuiting erg slecht verdraagt. Het zijn soms de werkgevers die de Oost-Europeanen ertoe aanzetten in het zwart voor hen te werken, in de hoop op die manier meer winst te maken.

De meerderheid van de Roemenen ziet zich dus genoodzaakt in het zwart te werken, ondanks de risico’s die deze vorm van tewerkstelling met zich meebrengt. Het toetredingsverdrag bemoeilijkt de zoektocht naar een legale job nog meer.

Ook Dimitri is Roemeen. Hij verliet zijn land om zich in België te vestigen. Het is zijn droom om vast werk te vinden om op die manier een waardiger leven te leiden dan voorheen in Roemenië. Een droom die echter niet zomaar in vervulling zou gaan. Om zijn streefdoel zo dicht mogelijk te benaderen zag Dimitri zich verplicht om in het zwart aan de slag te gaan. Hij vertelt ons zijn verhaal...

1. Frans 2. Roemeens

« Je mag lid worden van de EU, maar je komt MIJN land niet in »

Hoewel de Roemenen en de Bulgaren tot de EU zijn toegetreden, worden ze op een discriminatoire manier behandeld. Pas in 2014 zullen ze zich ten volle Europeaan mogen noemen. De Europese politiek ten aanzien van hen is op één begrip gebaseerd : restricties! Alle lidstaten willen zich in de eerste plaats wapenen tegen een opflakkering van extreem-rechts dat het schrikbeeld van de Roma en andere zigeuners aangrijpt van zodra de Oost-Europese landen ter sprake komen. De lidstaten willen daarnaast hun arbeidsmarkt afschermen om zo de migratie en de komst van een leger goedkope arbeidskrachten tegen te gaan.

Op welke manier ? In het toetredingsverdrag van de twee landen met de Europese Unie werden beperkende overgangsmaatregelen opgenomen. Deze maatregelen lopen over drie opeenvolgende periodes : 2 + 3 + 2 jaar. De maatregelen kunnen in totaal dus 7 jaar van kracht blijven. Meer bepaald beslist elke lidstaat van de EU afzonderlijk welk beleid het wenst te voeren ten aanzien van de Bulgaarse en de Roemeense arbeidskrachten in de periode van 2007 tot 2009. Enkele lidstaten beslisten de markt reeds volledig voor hen open te stellen, anderen opteerden voor een systeem van arbeidsvergunningen. Op het einde van deze periode van 2 jaar beslist elke lidstaat of het zijn beleid van restricties wenst verder te zetten, voor een periode van nog eens 3 jaar, of kan het beslissen zijn grenzen open te stellen.

In theorie moeten de Roemeense en Bulgaarse arbeidskrachten na deze 5 jaar kunnen genieten van het volledig vrij verkeer. Niettemin blijft het ook dan nog mogelijk voor een lidstaat om zich tot de Commissie te richten met de vraag tot handhaving van de beperkende maatregelen, voor een periode van nog maximaal 2 jaar.

In België

De Belgische arbeidsmarkt staat niet onbeperkt open voor de inwoners van de nieuwe EU-lidstaten. België heeft per sector beperkingen opgelegd aan het vrij verkeer van werknemers komende van deze nieuwe lidstaten. In hoofdzaak omwille van de werkloosheidsgraad die bij ons momenteel rond de 8% schommelt. De Roemeense en Bulgaarse werknemers hebben zonder arbeidsvergunning geen toegang tot de Belgische arbeidsmarkt. Dit werkt uiteraard zwartwerk in de hand.

Hoewel het zeer moeilijk is om de omvang van het zwartwerk in te schatten en er uiteraard geen officiële statistieken van voorhanden zijn, is het een publiek geheim dat er veel in het zwart wordt gewerkt in de landbouw, de bouwnijverheid, de schoonmaak en de productiearbeid. Het gaat meestal om sectoren die om mankracht verlegen zitten.

In ons land wordt evenwel uitzondering gemaakt voor de zogeheten knelpuntberoepen : in dat specifieke geval is de procedure voor het verkrijgen van een arbeidsvergunning namelijk verkort tot 5 dagen! Maar voor wie in zo’n beroep niet aan de slag kan, rest dus niets anders dan 7 lange jaren te wachten in het slechtste geval. Veel geduld opbrengen dus en de Europese droom nog even opbergen...