Vladimir is Tsjetsjeens, hij is afgelopen juli in België aangekomen en heeft direct asiel aangevraagd omdat hij de status van vluchteling wil verkrijgen (zie kader). Het centrum van het Klein Kasteeltje verleent hem « materiële hulp », een bed en maaltijden, gedurende de tijd dat zijn procedure behandeld wordt door het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS). Wat lang kan duren! Maar, sinds afgelopen mei is de Europese richtlijn voor de minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten in werking getreden. Deze voorziet dat als de instellingen niet binnen 1 jaar een eerste beslissing aan de asielzoeker bekendgemaakt hebben, deze toegang zal krijgen tot de arbeidsmarkt. Dit heet de « ontvangstrichtlijn ». Het Belgische recht is op dit punt gunstiger voor asielzoekers omdat het hen toestaat een werkvergunning van een jaar aan te vragen zodra hun aanvraag ontvankelijk verklaard wordt (wat het starten van een procedure niet in de weg staat).



Een gebrek aan Europese harmonisering

Desalniettemin is de Europese Unie geen kampioen in een coherent beleid op het gebied van asiel ! In 2006 heeft België iets meer dan één op de vier buitenlanders geaccepteerd voor de asielzoekerprocedure. Griekenland heeft minder dan twee op de honderd geaccepteerd, terwijl Litouwen een positieve beschikking heeft gegeven aan bijna 9 op de 10 buitenlanders. De verschillen tussen landen zijn eveneens opmerkelijk per nationaliteit : Vladimir, onze emigrant uit Tsjetsjenië, heeft 85% kans om bescherming te vinden in Oostenrijk, 75% in Polen, 55% in België en geen enkele kans in Slowakije, waar zijn aanvraag niet eens in behandeling wordt genomen!

Deze verschillen zijn het directe resultaat van het gebrek aan Europese harmonisering op het gebied van asiel. De Europese wetgeving voorziet slechts in minimumnormen die gerespecteerd moeten worden. Resultaat : de lidstaten blijven erg vrij en de verschillen binnen Europa zijn enorm. Dat is wat de European Council on Refugees and Exiles (ECRE) afkeurt, die spreekt van een ware « asielloterij »...

petit chateau 2

Het grootste Belgische opvangcentrum

Het Klein Kasteeltje is het grootste Belgische centrum en een van de grootste van Europa. Met zijn honderden bewoners is het nodig een zekere discipline op te leggen : « Drie opeenvolgende nachten buiten het Klein Kasteeltje doorgebracht zonder mijn « BDL » -begeleider van het dagelijks leven – op de hoogte te brengen, en ik kan niet meer terugkomen » vertelt Jamel. Om ruzies te voorkomen is het niet toegestaan nationale symbolen op te hangen. « Elke dag om 9 uur worden de kamers doorzocht door de directie » voegt Jamel toe.

Het Klein Kasteeltje verleent sociale en juridische bijstand aan de asielzoekers. Zij kunnen ook aanspraak maken op gratis diensten van pro deo advocaten (voor het merendeel stagiaires) voorzien door het Belgische recht. Desalniettemin steken de buitenlanders zich vaak liever in de schulden om de honoraria van een meer ervaren advocaat te betalen. « In ons milieu hebben pro deo advocaten de reputatie niet goed onze belangen te verdedigen » legt Efraïm uit. De buitenlanders moeten dus geld lenen van kennissen of werk vinden. Maar meestal moeten de asielzoekers het stellen met werkgevers die niet bepaald meelevend zijn « Ik werk elke dag van 5 :00 uur tot 20 :30 uur. (…) Kun je het je voorstellen, ik verdien 2,48 euro per uur, dat is onrechtvaardig. (…) Ik heb nog geen minuut pauze (…) maar in ben niet in de positie om kuren te hebben,» vertelt Efraïm.

Omstreden maar desalniettemin onmisbaar, is het Klein Kasteeltje een eiland waar de opgehoopte frustraties, onzekerheden en vermoeidheid van de asielzoekers zich verzamelen. Voor hen zal dit verblijf vaak slechts één etappe van de reis zijn, aangezien 70% van de bewoners hun asielaanvraag afgewezen zullen zien worden.

Ingrid d'Oultremont en Charlotte Maisin

Wie zijn de asielzoekers ?

Door asiel aan te vragen hoopt de buitenlander de status van « vluchteling » te krijgen, gedefinieerd in 1951 in de Conventie van Genève. Iedere persoon die met reden vreest in zijn eigen land vervolgd te worden vanwege zijn ras, zijn religie, zijn nationaliteit, zijn politieke overtuiging, of zijn behoren tot een bepaalde sociale groep, wordt als « vluchteling » beschouwd. Indien een buitenlander deze criteria vervult is het land dat de Conventie van Genève heeft ondertekend verplicht hem of haar bescherming te bieden. Elke buitenlander die in België aankomt, kan er asiel aanvragen en hopen de status van vluchteling te krijgen. Hiervoor dient hij of zij een aanvraag in te dienen bij het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS). Op dezelfde dag van het indienen van de aanvraag wordt hij of zij naar een van de 19 Belgische opvangcentra gestuurd, waar het Klein Kasteeltje er een van is, gedurende de tijd van de behandeling van de aanvraag. Indien de asielzoeker niet de status van vluchteling krijgt, kan hij een andere vorm van bescherming genieten : de subsidiaire bescherming. Deze mogelijkheid wordt tegelijkertijd met de asielaanvraag onderzocht door het CGVS. Indien de aanvrager de status van vluchteling of een andere vorm van bescherming krijgt, ontvangt hij een verblijfsvergunning. Indien hij of zij echter geweigerd wordt, moet hij of zij het Schengen gebied verlaten, vrijwillig of onder dwang. Een deel van hen zal besluiten in de illegaliteit te leven. De asielzoeker heeft echter het recht op hoger beroep tegen de beslissingen van het CGVS bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RVB). In geval van een nieuwe weigering heeft hij of zij het recht op en tweede hoger beroep bij de Raad van State, die de beslissing van de RVB slechts kan tegenspreken indien deze illegaal is. De aanvraag wordt dan opnieuw onderzocht door de RVB die een definitieve uitspraak doet. België heeft tegenwoordig het laagste niveau asielaanvragen sinds 1995. Met 3097 toegekende vluchtelingenstatussen in 2006 is het verschil met het aantal zogenoemde "economische" vluchtelingen opmerkelijk. In 2005 is hun aantal gegroeid tot 77 300.